Herman Grouve

Eger

 

db_db_eger13

 

 

Eger, waar de historische stadskern heel wat te kijken biedt en de terrassen vol zitten. Het is een perfecte plaats om lopend te verkennen, omdat een gedeelte is afgesloten voor verkeer. Met haar 175 beschermde gebouwen en monumenten is er op iedere hoek van elke straat wel wat te zien.
De Burgt
Een wandeling naar het kasteel is een verplicht nummer. Het slot stamt uit de dertiende eeuw en waar we nu na wat schermutselingen mee te maken hebben zijn de overblijfselen van het in gotische stijl opgetrokken bisschoppelijk paleis uit 1470. De meest bekende belegering van de burcht van Eger was die van de verenigde Turkse legers in 1552. Onder leiding van István Dobó weerstonden 2.000 Hongaarse krijgers met behulp van hun vrouwen een overmacht van 100.000 Turkse krijgers. Doordat de verdedigers telkens van bastion verwisselden kregen de Turken het idee tegenover een veel grotere verdedigingsmacht te staan. De verdedigers kregen hulp van de legendarische “strijdende vrouwen van Eger”. Volgens de legende mengden zij stierebloed door de wijn, waardoor de kracht en de strijdlust van de verdedigers toenam. Een iets minder romantische variant verhaald dat “op een avond de Hongaren een gezellig feestje gehad hadden en daarbij natuurlijk een gezonde hoeveelheid wijn genuttigd hadden. Door het morsen waren hun lange witte baarden helemaal rood gekleurd. Toen de turken de volgende morgen Eger wilde veroveren verschenen de Hongaren, half dronken, op de kantelen. De Turken merkten meteen de rode baarden op en dachten dat de Hongaren stierenbloed hadden gedronken. Met het kromzwaard tussen de benen sloegen de Turken op de vlucht, iemand die het bloed van een stier gedronken had was immers onoverwinnelijk.”
In werkelijkheid hielden de vrouwen zich echter bezig met het uitgooien van allerhande hete produkten, zoals teer en pek over de aanvallers. De Turken lukte het niet de burcht te veroveren en ze verdwenen. In 1596 keerden ze echter terug en toen lukte het hen wel de burcht te veroveren op de vreemde huur- lingen, die toen de burcht verdedigden. Bekend is nog steeds de wijn die herinnerd aan deze historie, de “Egri Bikavér” (stierebloedwijn).
Voor diepgravers is er een ondergronds systeem van kazematten waar je alleen met een gids in kunt afdalen en verder is er een muntmuseum waar de bezoekers in de gelegenheid worden gesteld zelf ook eens een munt te slaan.
Buiten de kazematten zoekt Eger het nog wel meer onder de grond, want onder de stad bevindt zich een 130 kilometer lang gangenstelsel van wijnkelders. Hongarije’s meest bekende wijn, het stierenbloed, komt uit deze streek.
Er is iedere dag markt in de stad en naast rijk gevulde stallen treft u nog immer het gerimpelde koopvrouwtje dat niet meer dan wat knollen of wortelen in de aanbieding heeft. De industrie omvat o.m. vliegtuigbouw en levensmiddelen- en tabaksindustrie
Warm bronwater
De meest belangrijke en interessante periode in de geschiedenis van de baden van Eger ligt tijdens de overheersing van de Turken. Nadat in 1596 Eger in de handen van de Turken was gekomen, heeft zich een bijzondere badcultuur naar Turkse gewoontes ontwikkeld, die door de eeuwen heen zich wist staande te houden. Niet zomaar een weilandje met een kuip in het midden, maar een terrein zo groot als tien voetbalvelden met negen bassins, waarvan zeven worden gevuld met warm bronwater. Hoewel het in de winter in Hongarije flink kan vriezen is het openluchtbad het gehele jaar geopend. Je kunt dan van je kleedhokje via een verwarmde gang naar de baden wandelen en als je er eenmaal inzit heb je uiteraard van de kou geen last meer.
De Basiliek van Eger
De Basiliek van Eger, die op één na de grootste basiliek van Hongarije is, is in een zeer korte tijd (1831-1836) gebouwd in classicistische stijl volgens de plannen van architect József Hild, waar men dagelijks kan genieten van de volle klanken van dit prachtige orgel om 11.30 uur (zondag om 12.45 uur) in de periode van 15 mei tot 15 oktober.
De “Minorieten-kerk”
In 1517 in Noord-Italié in een Franciskanenkerk zijn 7 monniken in opstand gekomen. Zij hebben hun eigen kerkgemeenschap opgericht en noemden zich de “minorieten” (minoris-minderheid).
De eerste kerk van de minorieten in Eger bevond zich aan de oever van de rivier Eger. De kleine kerk werd door de toen sterk stromende rivier zwaar beschadigd, zodat het bouwen van een nieuwe kerk noodzakelijk was geworden (1758-1773).

 

Hongarije / Balatonmeer / Boedapest / Eger / Györ / Héviz / Sopron / Slowakije / Wenen